Angkor Wat sunrise
Azië,  Geen categorie,  reizen

Cambodja

Cambodja. Niet het land dat het hoogst bovenaan mijn lijstje stond. Wel het land dat ik het eerst bezoek tijdens dit nieuwe avontuur door Zuidoost-Azië. Ik vlieg vanuit winters Nederland naar Kuala Lumpur en zet  daarna koers naar Cambodja, een land waar ik eigenlijk maar heel weinig vanaf weet. Zonder plan, zonder verwachtingen. Inmiddels heb ik al ruim anderhalve week het land verlaten en moest ik er even voor gaan zitten om mijn ervaringen onder woorden te brengen. Zou ik ooit weer naar Cambodja gaan? Nee, want alles wat ik wilde zien, heb ik gezien. Wat het land, voor mijn gevoel, mist aan adembenemende landschappen, maakt het meer dan goed met haar geschiedenis en de mensen. Zou ik iemand aanraden het land te bezoeken? Dat zeker.

Koh Rong Samloem

Vanuit Kuala Lumpur vlieg ik naar Sihanoukville, een havenstad in het zuidwesten van het land. Ik heb vooraf al gelezen dat Sihanoukville ook wel Chinatown wordt genoemd. Chinese investeerders (en witwassers) kopen massaal grond en bouwen hier enorme hotelcomplexen. De tourbussen volgen niet lang daarna. In één taxiritje naar Serendipity Pier heb ik al genoeg gezien; de stad is één grote bouwput en werkelijk alles is voorzien van Chinese tekens. Gelukkig ben ik op tijd voor de laatste ferry en na wat uurtjes wachten op het strand bij de pier, vaar ik naar Koh Rong Samloem waar ik neerstrijk in een kleinschalig hostel, gerund door oude Australische hippie Andrew. Ik eet de vier dagen dat ik op het eiland ben geen enkele keer buiten de deur; iedere avond kookt een andere gast met Andrew en het voelt als één grote familie.

M’Pai Bay is van oorsprong een vissersdorp en dat is nog goed te zien. Het dagelijkse leven gaat gewoon zijn gangetje en beweegt zich gemoedelijk tussen de guesthouses en hostels door. Grootschalige resorts en bars met harde muziek ontbreken, precies de reden waarom ik niet naar buureiland Koh Rong ben gegaan. Ik ga een dagje duiken en hoewel het heerlijk is om weer af te dalen onder water, laat het zich qua zicht en onderwaterleven niet vergelijken met mijn eerdere duiken in Indonesië en Maleisië. Ach, je kunt niet alles hebben. De andere dagen vermaak ik me met luieren, lezen en een wandeling over het eiland naar een verlaten strand. Ik heb het even nodig om weinig te hoeven, na twee toch wel heel drukke maanden in Nederland is het fijn om me over te geven aan de rust.

De sfeer is gemoedelijk, de stranden prachtig, het water warm en helder. Toch is de vraag hoe lang dit zo blijft. Ook hier hebben de Chinezen land opgekocht en zijn ze druk bezig met het wegkappen van de jungle om een casino en resort te bouwen. Mijn hart breekt als ik een wandeling langs de kustlijn maak. Ik hoor een prachtige toekan roepen vanuit de nabij gelegen boom en hoor tegelijkertijd de kettingzaken een eeuwenoud bos wegzagen. En dan nog maar niet te spreken over de enorme plastic troep die hier aanspoelt. Hoewel ik heus wel geniet, merk ik dat ik het moeilijk vind om dit soort zaken los te laten.

Kampot

Nog steeds niet helemaal in mijn element reis ik door naar Kampot. Ik deel een minivan met een groep luidruchtige Israëlische toeristen waarvan één een locale medepassagier zodanig uitkaffert omdat deze per ongeluk tegen hem aanstoot, dat ik met het schaamrood op mijn kaken zit. Het is helaas niet voor het eerst dat ik merk dat sommige reizigers zich verheven voelen boven de lokale bevolking. Van onnozel tot ronduit onbeschoft, ik snap het gewoon echt niet. Opgeteld bij de dingen die ik op het eiland zag, heb ik ineens heel erg het gevoel dat ik hier ook maar een beetje de toerist loop uit te hangen, maar lever ik daarmee nu werkelijk een bijdrage aan een fijnere, betere wereld? Ik voel me machteloos door de dingen die ik zie en kan het op dat moment maar moeilijk van me afzetten.

De volgende morgen in Kampot besluit ik mijn schouders eronder te zetten en in ieder geval eerst eens op zoek te gaan naar een goede kop koffie. Ik kom bij een gezellig zaakje uit en raak aan de praat met één van de medewerkers. Die weet me te vertellen dat in en om Kampot veel NGO’s en kleinschalige initiatieven actief zijn. Ha, precies wat ik nodig heb, een dosis positiviteit! Ik loop een kledingwinkeltje naast de koffiezaak binnen en ontdek dat deze een heel andere draai heeft weten te geven aan het bekende ‘Made in Cambodja’. Ik raak in gesprek met de verkoopster en voor ik het weet, sta ik met tranen in mijn ogen aan te horen op welke manier ze het verschil proberen te maken.

Een Australische reizigster heeft een aantal jaren geleden de handen ineen geslagen met een getalenteerde naaister die zelf werkzaam was in één van de vreselijke kledingfabrieken waar Zuidoost-Azië om berucht is. Inmiddels hebben ze twee winkels in Kampot, waarvan één met hun eigen productiecentrum achter de winkel, gewoon zichtbaar voor de bezoekers. Dorsu, de naam van de winkels, koopt rollen reststof op van de grote fabrieken en maakt hier een tijdloze kledinglijn van. Vrouwen uit de gemeenschap werken hier. Ze krijgen alle rechten die bij ons in het westen heel normaal zijn, maar waar veel fabrieksarbeiders in de kledingindustrie alleen maar van zouden kunnen dromen: een werkdag van maximaal 8 uur met een uur pauze over de dag verdeeld, zwangerschapsverlof en een eerlijk loon. Daarnaast word rekening gehouden met ieders talenten en capaciteiten, zo is er voor een gehandicapte vrouw een speciale naaimachine gemaakt.

Ik word zó blij van dit soort verhalen en dappere, inspirerende mensen die het verschil maken! Na het recent zien van o.a. Genaaid op NPO3 en andere documentaires over de kledingindustrie was ik er al over uit dat ik alleen nog maar tweedehands óf eerlijke kleding wil kopen. Een initiatief als dit bevestigd alleen maar dat het kán, dat er een alternatief is waar zowel de producent als de consument blij van wordt.

En als ik vervolgens het Epic Arts Café vind, kan mijn dag helemaal niet meer stuk. Niet alleen om de heerlijke taart en ijskoffie, maar vooral om de doelgroep die hier werkt en waar de organisatie zich voor inzet.

Kampot doet me goed, ik vind mijn plezier weer terug. Dat wordt alleen maar groter als ik een fiets huur en gewoon op pad ga. Ik fiets de stad uit, de stoffige landweggetjes op. Overal waar ik kom krijg een een vrolijk ‘Sabaidee’ te horen en zwaaien kinderen me na. Als ik puffend en zwetend, het is zo’n 35 graden, in de schaduw van een tempel uit sta te rusten, komt een man me groeten. Hij blijft maar zeggen: ‘eat rice, eat rice’ en wijst naar de tempel. Ik glimlach, weet niet goed wat er van me verwacht wordt, maar ik zet mijn fiets neer en volg hem. Een mat wordt voor me uitgerold, er wordt iets geroepen en voor ik het weet staat er een enorme schaal met soep, noodles en groenten voor me. De hele familie loopt uit en staat lachend en kakelend te kijken hoe ik voorzichtig wat opschep. Zo snel als iedereen verscheen, ben ik ook weer alleen. Ik ga op zoek naar de man om te betalen voor mijn eten, maar vind alleen een monnik die de tuin staat te schoffelen. Ik gebaar naar mijn portemonnee en trek een vragend gezicht. Hij schudt nee en glimlacht. Ik word warm van binnen van zulke gastvrijheid, zo’n vriendelijk gebaar. Ik stop mijn donatie in het doosje van het klooster en fiets met een glimlach van oor tot oor terug naar Kampot.

Phnom Penh

Na Kampot is het tijd voor de hoofdstad Phnom Penh. De stad is prima vermaak voor een middagje slenteren door de straten en wat lekkers op de night market na zonsondergang.

Maar dat is niet de reden van mijn bezoek aan deze stad. Zoals eerder gezegd, wist ik weinig van Cambodja. Al reizende ben ik begonnen met het lezen over de geschiedenis en die bevat een inktzwarte bladzijde: de tijd van de Rode Khmer. Ik vind het best beschamend dat ik hier nooit vanaf geweten heb. Ik heb het nooit in maar één geschiedenisles voorbij zien komen en hoewel ik de term wel eens had horen vallen, wist ik niet waar het om ging. Woorden kunnen indruk maken, maar de echte ontsteltenis komt als ik in Phnom Penh de Tuol Sleng-gevangenis en Killing Fields bezoek.

Tussen 1975 en 1979 vermoordt de Rode Khmer, de militaire tak van de communistische partij die aan de macht is weten te komen, zo’n 2 miljoen mensen van de 7 miljoen inwoners die Cambodja dan telt. Iedereen wordt uit de steden verdreven en gedwongen op het platteland te gaan werken. Mensen uit hogere kringen, journalisten, leraren, artsen, brildragenden; iedereen die maar enigszins als intellectueel gezien werd, werd op gruwelijke wijze verhoord, mishandeld en vermoord. Om te voorkomen dat eventuele nabestaanden en kinderen wraak zouden willen nemen, werden ook zij vermoord. Dit alles op heel gestructureerde, nauwkeurig gedocumenteerde wijze.

Tuol Sleng, ook wel S21 genoemd, is een voormalige gevangenis waar iedereen die als een gevaar gezien werd, werd verhoord. Het bevindt zich in een voormalig middelbare schoolgebouw en dat maakt de sfeer des te grimmiger. In klaslokalen zijn bakstenen muurtjes opgetrokken om cellen van minder dan een halve vierkante meter te creëren. Omdat het bewind zeer nauwkeurig documenteerde, zijn duizenden foto’s te zien van de slachtoffers. Zoiets raakt je, de holle, angstige blikken van honderden mensen op een rij. Daarnaast zijn de verhalen en beschrijvingen die je via de audiotour hoort levensecht en enorm heftig. Na afloop besluit ik naar wat plekken terug te lopen om foto’s te maken. Hoewel ik vind dat dit soort plaatsen met het hoogst mogelijke respect behandeld moeten worden, kunnen beelden soms helpen een verhaal te bekrachtigen. Ook een beveiliger bevestigd dat dit geen probleem is, tenzij anders aangegeven. ‘Our story needs to be told’, zegt hij…

De Killing Fields die volgen, gaan iedere verbeelding te boven. Na veroordeling in S21 worden de mensen hier naartoe gebracht en om het leven gebracht. Duizenden menselijke resten zijn hier in massagraven terug gevonden. Nog altijd komen in het regenseizoen botfragmenten en kledingstukken naar boven doordat de aarde wordt weggespoeld. Ze krijgen allemaal een plek in de enorme pagode waar duizenden schedels en botten, openlijk zichtbaar, een laatste rustplek krijgen. Deze plek is slechts één van de plaatsen waar massagraven gevonden zijn; in heel Cambodja zijn dit soort killing fields terug gevonden. Op de Killing Fields moet ik op een zeker moment even gaan zitten en komen de tranen, zo’n dag gaat je niet in de koude kleren zitten. Hoewel enorm indrukwekkend en aangrijpend is dit in mijn ogen iets dat iedereen gezien móet hebben in Cambodja. Ik kan niet anders dan ontzettend veel respect hebben voor de veerkracht een volk met zo’n trauma. Iedereen in in dit land, niemand uitgezonderd, draagt deze verschrikkelijke geschiedenis met zich mee.

Siem Reap

Toch kent Cambodja ook een indrukwekkende geschiedenis in de positieve zin. In Seam Reap bezoek ik de wereldberoemde Angkor Wat, de grootste tempel uit het oude Khmer-rijk die in de twaalfde eeuw werd gebouwd. Omgeven door talloze andere tempels te midden van groene jungle is het een sprookjesachtige omgeving. Dat vinden meer mensen, want Angkor Wat ziet jaarlijks meer dan een miljoen bezoekers. De zonsopgang voor Angkor Wat zelf is dan ook geen momentje van rust met grote camera’s en selfiesticks om me heen. Maar soms moet je daar je ogen voor sluiten en vooral opgaan in dat wat er voor je gebeurt.

Angkor Wat sunrise

Angkor Wat sunrise

Mijn ambitie om op pad te gaan met de fiets heb ik gelukkig laten varen. In de namiddag ervoor fiets ik de 8km van Siem Reap heen en terug om alvast een kaartje te halen en de zonsondergang te bekijken. Ik ben een gezonde Hollandse meid maar fietsen met 38 graden en op het terrein zelf ook enorme afstanden afleggen en tempels beklimmen, gaat zelfs mij te ver. Met Duitse Lukas uit m’n hostel laat ik me vervoeren met een tuktuk en wat ben ik dankbaar voor de wind door mijn haren als we van de ene tempel naar de andere rijden!

Angkor Wat tuktuk

Doordat we na de zonsopkomst in tegengestelde richting vertrekken, ontlopen we de grootste massa mensen en hebben we Ta Prohm, de bekende tempel uit de Tomb Raider films, voor onszelf. Gedurende de dag zien we de meest prachtige bouwwerken, ieder uniek in zijn soort. Het blijft onvoorstelbaar dat dit door mensenhanden is gebouwd, in een tijd waarin er nog geen machines waren. Wat is er toch ontzettend veel moois te zien op de wereld…

De reis gaat verder

Na Angkor Wat blijf ik nog een dag extra in Siem Reap om simpelweg wat rond te fietsen, de lokale markt te bezoeken en bij het zwembad te lezen. Ik ben in een redelijk vlot tempo door Cambodja heen gegaan en het heeft vooral met haar geschiedenis enorme indruk op me gemaakt. De mensen, eerlijk en warm, zijn de moeite waard om langer te blijven. Toch ben ik toe aan meer natuur, weidsheid, ruimte en rust. Het voelt goed zo, ik ben blij met wat ik gezien heb, maar geloof dat ik klaar ben voor de volgende stap. De droge velden en rode landweggetjes trekken aan me voorbij als ik in de bus zit, op weg naar de grens. Dat is het fijne aan deze reis; ik heb niets vastgelegd. Iedere dag opnieuw kan ik beslissen hoe ik de lege bladzijde van dit verhaal ga vullen. Op naar Laos…

 

Hi you, welkom op The Untold Story Project. Ik ben Kelly: gepassioneerd reiziger, verhalenverteller, dierenknuffelaar en wereldverbeteraar. Mijn missie? Inspireren, raken en verbinden met verhalen en foto's. Omdat iedereen een verhaal heeft.

One Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *