Padar Island Flores
Indonesië,  reizen

Indonesië – Flores

 

Het is de simpele, maar you-can’t-go-wrong mie goreng, het ‘Hello mister!’ van kinderen in hun schooluniformen in een passerende truck, de lach van oor tot oor als ik in mijn beste Indonesisch goedemorgen en bedankt zeg, de hartstochtelijke popmuziek die uit iedere autoradio klinkt, de stralend blauwe lucht en de zon die het nooit af lijkt te laten weten, de adembenemende landschappen. Al heel snel weet ik weer waarom ik afgelopen zomer een beetje verliefd werd op Indonesië. Flores, wat ben je mooi!

Het besluit om terug te gaan was stiekem al genomen toen ik nog rondreisde over Lombok, Bali en Java, en eenmaal terug in Nederland was dat ticket snel geboekt. Vriendinnetje Ellen zag een trip ook wel zitten, en zo togen wij op Koningsdag naar Schiphol om naar Flores af te reizen. Spotgoedkope tickets betekenen dat je soms eerst de halve wereld over moet (hallo Londen, Guangzhou, Denpasar), maar na ruim vierentwintig uur kunnen we ons hoofd even ten ruste leggen in ons hotel bij de luchthaven van Bali. De volgende middag reizen we met een binnenlandse vlucht naar Labuan Bajo, de meest westelijke stad van Flores en de startplek van ons korte avontuur.

We duiken er letterlijk meteen in, want de eerste twee dagen brengen we zo’n 12 uur per dag op de boot door. Ten westen van Flores ligt Komodo National Park, een UNESCO World Heritage Site bestaande uit prachtige eilandjes in een azuurblauwe zee. Belangrijkste bewoners? Heel veel zeedieren zoals manta rays, schildpadden, haaien en honderden vissensoorten en op het vaste land de fascinerende komodovaraan. Op onze eerste dag maken we drie duiken en vergapen we ons aan al het moois onder water. Hoewel het alweer twee jaar geleden is dat ik mijn Open Water in Maleisië haalde, blijkt duiken net als fietsen; je verleert het niet. De volgende dag varen we wederom vroeg uit en ook vandaag krijgen we onderweg gezelschap van dolfijnen die uit het water opspringen. We beklimmen de top die prachtig uitzicht geeft over Padar Island en omringende eilandjes en soezen daarna op het dek terwijl de boot ons verder vaart naar dé hoofdattractie, de komodovaranen.

 

 

 

 

 

 

 

 

To be fair: het is niet helemaal wat ik ervan hoopte. We moeten ons melden bij de park ranger post en het blijkt dat we meer dan vooraf verteld moeten betalen voor een gids en toegang tot het eiland. Bovendien is er niet veel tijd, wat maakt dat we slechts de korte wandeling kunnen doen. Er wordt wat gemopperd, maar als groep besluiten we toch maar te gaan, immers zijn dit dieren die je enkel hier op Flores kunt bewonderen. Al na enkele meters zien we twee enorme hagedissen liggen en ze zijn indrukwekkend: gespierde, stevige lijven een poten met scherpe klauwen. De wandeling over het eiland gaat over een gebaand paadje naar een waterplek (die aangelegd blijkt te zijn door de rangers) waar we wederom twee varanen zien. De gids vertelt ons gelukkig een hoop informatie wat de tocht in ieder geval nog leerzaam maakt, maar het voelt allemaal wat opgezet aan. Toch is het heel bijzonder om deze unieke dieren in het echt te kunnen zien. Mocht je Komodo National Park bezoeken en echt langer de tijd willen om de komodovaranen te zien, kies dan echt voor een tour waarbij je een lange trekking kunt maken en overweeg Rinca eiland. Dit ligt dichter bij Labuan Bajo en schijnt qua trekking en wildlife een interessantere optie te zijn.

 

 

 

 

Na Labuan Bajo reizen we naar Bajawa. Omdat we maar twee weken hebben en de afstanden lang en de wegen slecht zijn, verkiezen we een vlucht van 30 minuten boven een busrit van ruim 8 uur. In Bajawa hebben we een homestay geboekt en worden we warm onthaald door Arnold en zijn familie. ’s Avonds zingen we in de tuin liedjes met de zoon des huizes en zijn vrienden en luisteren we naar hun gitaarspel. Engels spreken ze nauwelijks, maar soms is muziek de enige taal die je nodig hebt om elkaar te begrijpen. Arnold is een gids met jarenlange ervaring en heeft kunnen regelen dat een vriend zijn werk overneemt zodat hij met ons mee kan. We bezoeken drie traditionele dorpen in de hooglanden rond Bajawa waar oude rituelen nog in ere worden gehouden en de inwoners nog leven in kleine gemeenschappen. Het is fascinerend om te zien hoe de mensen hier eenvoudig leven en hoe toch ook de moderne gemakken hier hun intrede gedaan hebben.

Bij Arnold thuis

 

Gunung Inerie, de grootste vulkaan in de hooglanden rond Bajawa

 

Het dorp Luba
Overal in de dorpen zijn symbolische uitingen te vinden van de cultuur en religie.
Het dorp Bena
We wandelen door de jungle om van het ene dorp bij het andere te komen.

 

Het dorp Tololela

Arnold is een graag geziene gids in de dorpen en kan ons honderduit vertellen over de verschillende tribes, gewoonten, vieringen en hoe het leven anno 2018 kan bestaan naast oude overtuigingen en levenswijzen. In Tololela lunchen we bij een dorpsbewoonster en haar moeder en we eten nergens anders zó lekker als daar. De mensen zijn overal vriendelijk en warm, maar gaan tegelijkertijd hun dagelijkse gang. Het gevaar van dorpen bezoeken met een gids is al gauw dat het voelt als ‘aapjes kijken’, maar daar is totaal geen sprake van. We maken hier en daar een praatje en als ik voorzichtig vraag of ik foto’s mag maken, wordt daar overal positief op gereageerd.

 

 

 

 

 

 

 

De glooiende heuvels rond Bajawa smaken naar meer en onze volgende bestemming voldoet precies aan die wens. We strijken neer in Moni, niet meer dan een straat met wat guesthouses en eenvoudige boerderijtjes in een lappendeken van jungle en rijstvelden aan de voet van de Kelimutu vulkaan. We zijn net op tijd om nog een uurtje in het licht van de ondergaande zon een wandeling te maken.

 

 

 

We gaan op tijd slapen om de volgende morgen om 03:45 op te staan. We laten ons naar het hoogst mogelijke punt rijden van de Kelimutu en klimmen vanaf daar in het donker verder, de trappen op. Het is winderig en mistig en alleen een lichte zwavellucht verklapt dat we op een vulkaan lopen. We zoeken een plekje op de top en wachten af, hopende dat wolken zullen verdwijnen. Langzaam begint om ons heen de kleur van de lucht te veranderen, het wolkendek lijkt minder dik te worden en af en toe zien we al een lichtroze gloed. Even zijn we bang dat het spektakel zich al voltrokken heeft, maar dan blaast de wind de wolken als golven over de heuvels en zien we de roodgloeiende bol vanachter de horizon omhoog klimmen. Wat een zonsopkomst!

 

Bij daglicht worden de drie kratermeren van Kelimutu zichtbaar; ze zijn die dag zwart en blauw. De kleuren van de drie meren veranderen constant door de hoeveelheid zuurstof en mineralen in het water. Nu de zon eenmaal op is, wordt ook zichtbaar dat het mooiste niet zozeer de meren is, maar de omliggende bergen en heuvels. We besluiten de wandeling terug naar Moni te maken en gelukkig blijken we de enigen. Geholpen door MapsMe vinden we onze weg over de soms nauwelijks begaanbare junglepaadjes die de dorpelingen gebruiken en onderweg komen we naast de grazende buffels en geiten ook wilde apen tegen. Na een theepauze bij een dorpje onderweg wandelen we in een aantal uur naar Moni terug waar de dag eigenlijk nog maar net begonnen is.

 

 

 

 

 

 

Ons oorspronkelijke plan om de volgende dag te vertrekken maakt al snel plaats voor het idee om een auto te regelen naar Koka Beach. We hebben alles wat er te zien valt wel gezien in Moni en bovendien klinkt het strand meer dan welkom. We hebben op Kelimutu de Amerikaanse Emily ontmoet en reizen met zijn drietjes door naar een absolute droomplek en een Nederlandse broer en zus die we toevallig ook op onze boottocht al ontmoetten, reizen ons achterna. Koka Beach is een baai die verscholen ligt achter beboste heuvels en is toegankelijk vanaf de hoofdweg door iets dat zich nauwelijks laat omschrijven als een weg, zo hobbelig en slecht begaanbaar is het. Op het strand woont Blasius met zijn vrouw. Zijn eenvoudige hut en restaurantje is, naast wat vissersboten en even verderop een vissershut, het enige teken van bewoning.

Voor iedereen wordt er een verse kokosnoot gekapt en na wat uitwisselingen duiken we de golven in. Het strand is verlaten, de zon zakt al weg achter de heuvels en moe maar voldaan gaan we aan tafel. We worden verwend met een uitgebreide maaltijd met de meest vers gegrilde vis ooit. En dan ploffen we neer in het zand om naar de mooiste sterrenhemel ooit te kijken. We slapen in een verhoogde hut met een simpel matras en een klamboe en vallen in slaap met het geluid van duizend krekels en het breken van de golven op de rotsen. Ook deze morgen staan we weer vroeg op om het aanbreken van de dag te aanschouwen. En daarna zwemmen, luieren en eten we weer. Wat een leven…

 

 

 

Dat leven aan het strand bevalt ons prima en dit zetten we nog even voort op de volgende plek. We verblijven bij Ankermi, een kleinschalig duikresort 30 km ten noorden van Maumere, de grotere stad in het gebied. In 1992 vernietigde een tsunami veel in deze regio, waaronder ook het koraalrif. Inmiddels is dit goed hersteld en is het één van de mooiere plekken om te duiken in Indonesië. Toch wordt het gebied niet heel druk bezocht door toeristen en we hebben het water dan ook volledig voor onszelf. Omdat we hier een dag eerder dan gepland zijn, kunnen we twee volle dagen duiken en wat zijn we daar blij mee! Ankermi voelt als een klein paradijsje met ons houten huisje met zeezicht en een buitendouche, een kleine bar aan zee en lief en grappig personeel. Onze divemaster Kermi is enorm gepassioneerd over wat er te zien valt onder water en de duiken zijn ontzettend fijn en ontspannen. We zien wederom zó ontzettend veel moois dat ik zou willen dat ik het nog eens terug kon kijken. Tussen de duiken door pauzeren we op witte stranden van onbewoonde eilandjes of dobberen we in ondiep water dat onwerkelijk blauw is.

 

 

 

 

Op de dag dat we helaas niet meer mogen duiken in verband met onze aanstaande vlucht naar Bali gaan we in Maumère op zoek naar lokale koffie. We raken in gesprek met de twee dames die het tentje runnen, slenteren zonder doel over straat en laten ons in een overvolle bemo terug rijden om daar te laatste avond te genieten van Flores. We vliegen de volgende dag terug naar Bali en hebben dan nog 1,5 dag. Canggu heeft een mooi strand, ons guesthouse een prima zwembad, we kunnen kiezen uit een veelvoud van hippe restaurants, maar ik voel net als afgelopen zomer dat Bali not for me is. Althans, dit stukje Bali. Ik houd van de ongereptheid, puurheid van Flores. De eenvoud, het ruige, wat minder ontdekte.

En daar op het strand van Canggu kijken we bij ondergaande zon naar de surfers en veelvoud van mensen die voorbij komen. Wat is het fijn om deze herinneringen nu te delen met een dierbare vriendin, zeker nu we elkaar straks weer voor langere tijd moeten missen. Het besef komt dat dit mijn laatste vakantie is waarna ik weer thuis kom, in mijn eigen stek. Over precies twee maanden overhandig ik de sleutel van mijn huis aan de nieuwe eigenaar en is er geen eigen plekje meer om naar terug te keren.

Maar als deze korte reis weer iets bevestigd heeft, is het wel dat ik de juiste keuze heb gemaakt en ik kijk ernaar uit om straks mijn vleugels weer uit te slaan en te kijken waar ik voor even neerstrijk. Eén ding is zeker: de liefde voor Indonesië is nog lang niet bekoeld en er valt nog heel wat te ontdekken…

 

Hi you, welkom op The Untold Story Project. Ik ben Kelly: gepassioneerd reiziger, verhalenverteller, dierenknuffelaar en wereldverbeteraar. Mijn missie? Inspireren, raken en verbinden met verhalen en foto's. Omdat iedereen een verhaal heeft.

4 Comments

  • Pauline Dousi

    Dag Kelly,

    Bedankt voor je mooie verhaal over Flores. Wij vertrekken over 2 maanden!
    Vraagje: is het echt nodig om dichte wandelschoenen te dragen voor de wandeling rond Bajawa of op de terugweg van Kelimutu? Of is het ook te doen op stevige sandalen?
    Heb jij misschien contactgegevens van Blasius op Koka Beach? Wij reizen met onze kinderen (6 en 8 jaar) en een nachtje op het strand slapen lijkt me een geweldig avontuur. Bedankt alvast en veel plezier op je volgende reizen!

    Groeten,
    Pauline

  • theuntoldstoryproject

    Hoi Pauline,
    Wat gaaf dat jullie ook naar Flores gaan! Het is een heerlijk eiland dat echt prima te bereizen is met kinderen. Echte wandelschoenen heb je niet nodig voor beide wandelingen, maar dichte stevige sneakers zou ik zeker wel aanraden, alleen al met oog op evt. insecten en slangen (die laatste hebben wij overigens niet gezien, maar het blijft de jungle). Zeker de hike vanaf Kelimutu gaat het eerste stuk best door wat dichtere bebossing en dan zijn dichte schoenen gewoon prettiger.

    Ik heb onze overnachting bij Blasius last-minute in Moni geregeld, maar zeker in het hoogseizoen is Flores druk bezocht en kun je niet zomaar overal terecht. Ik heb toen via een werknemer bij Mopi's Place in Moni een chauffeur kunnen regelen die ons bij Koka Beach zou droppen (en de volgende dag toevallig ook op kon pikken) en hij heeft Blasius voor ons gebeld. Het gaat echt op z'n Indonesisch, 'komt wel goed, is geregeld' en dat was het inderdaad ook ;-), maar ik had Blasius zelf dus niet gesproken en moest er maar op vertrouwen dat het goed kwam. De Nederlandse broer en zus waarmee wij op Koka Beach waren hadden wel zijn nummer en hebben hem vooraf gesmst, maar helaas heb ik van hen geen contactgegevens verder. Ik kan me voorstellen dat je met twee kinderen graag wat meer zekerheid hebt in het hoogseizoen, je zou via de facebookpagina van Mopi's Place in Moni eens kunnen vragen of zij de contactgegevens van Blasius hebben. Overigens ook een leuk zaakje om in Moni neer te strijken, ik schrijf er binnenkort een artikel over voor The Boho Guide! Veel plezier met de voorpret en laat het gerust weten als je nog vragen hebt!

  • Ian

    Hi Kelly,
    I’m planning a trip to Moni and Maumere and need some advice from you. Is it safe to climb up to Kelimutu alone in early morning? is the way clear enough or I need to bring a headlamp along? Thank you so much!

    • theuntoldstoryproject

      Hi Ian! Great you’re traveling to Flores, I’m sure you’ll love it, it’s such a great island!
      I did not climb all the way up to Kelimutu in the morning but got dropped off at the big parking lot from which it’s just a 20 min walk or something to the craters. Definitely bring a headlight; the path is well paved but in the dark and mist it’s easy to trip. There are always plenty of other hikers going up, so you won’t be alone and it’s safe! Most people just take their scooters or a taxi back to Moni after watching the sunrise on Kelimutu, but I hiked down the mountain through the jungle to Moni again, passing two small villages. I would highly recommend that, it’s about 3/4 hours and a lovely downhill hike! The trail is fairly easy to find, I used Maps.me which helped. If you do this trip on your own, inform your guesthouse/hostel that you’ll be hiking down so in case you get lost, they’ll start searching for you. Let me know if you have any other questions, happy to help you!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *