Annapurna Range Nepal Himalaya
Nepal,  reizen,  The Big Trip

Namasté Nepal

Al voordat ik ooit maar één voet op Nepalese bodem had gezet, had dit land me al in haar greep. Reikhalzend keek ik uit naar het moment waarop ik oog in oog zou staan met de bergen die tot de hemel reiken. Ik verheugde me op het slenteren door nauwe straatjes en het verkennen van de vele tempels in de oude Koningssteden. Maar vooral telde ik de dagen af tot ik aan de slag kon gaan op een kleine school in de bergen. En toen kwam die vernietigende aardbeving en moest ik onverrichter zake terugkeren naar huis. Zoals ik eerder al schreef, liet Nepal me toen helemaal niet meer los. En zo landde ik dan eindelijk, bijna een jaar na mijn eerste poging, in Kathmandu.

De landing op Tribuvhan Airport gaat bij mij de boeken in als een van de angstigste momenten in mijn reiscarrière. Vlak voordat we de grond raken, trekt het vliegtuig steil op en met heftige turbulentie cirkelen we vervolgens nog 20 minuten boven de stad. Ik ben best wat gewend, maar het koude zweet breekt me uit als zelfs de toiletdeuren open slaan en de piloot bij de tweede landingspoging blijft herhalen dat we stevig moeten blijven zitten en rustig moeten blijven.
Na deze spannende maar uiteindelijk geslaagde landing maak ik direct kennis met de Nepalese bureaucratie. Ik de enorme menigte wacht ik bij de enige bagageband die het vliegveld heeft op mijn backpack. Ruim 1,5 uur later ben ik de enige in de ruimte en is de band al enige tijd leeg. Een officier verwijst me naar een stoffig bureautje waar ik een klacht in kan dienen. Een jongedame gaat verveeld op zoek naar een formulier en vertelt me dat ik morgenochtend maar moet bellen om te kijken of ze mijn rugzak ergens gevonden hebben. Ze heeft geen idee of hij nog in Bangkok ligt of in Kuala Lumpur en doet weinig moeite om me nu gerust te stellen. Ik voel de tranen prikken achter mijn ogen; na twee lange en vermoeiende vluchten en die gespannen landing wil ik nu gewoon mijn rugzak met al mijn persoonlijke spullen en schone kleding. Bovendien voel ik me rot, buiten staan inmiddels al meer dan twee uur de mensen op me te wachten die geen idee hebben waar ik blijf.
Ik zucht en loop de hal uit. Buiten valt de warmte als een deken over me heen. Taxichauffeurs verdringen zich om me heen om me een ritje aan te bieden en overal zie ik bordjes met namen. Mijn ogen scannen de menigte af en ja, daar zie ik mijn naam. Kamala, de directrice van de school, en Shanker, de man van de homestay in Kathmandu, begroeten me met een warm ´Namasté´ en ik krijg een bloemenslinger omgehangen als zegening. ´Welcome in Nepal, we are so happy you are finally here.’ zegt Kamala. Ik slik de al aanwezige brok in mijn keel weg en kan alleen maar antwoorden: Yes, me too…’.

Kamala en ik nemen al snel weer afscheid; zij keert terug naar haar schooltje in Nagakot waar ik haar over twee weken weer zal ontmoeten. Shanker neemt me mee naar zijn huis in een rustige buurt in Kathmandu en ik maak kennis met zijn vrouw Padma en dochter Chun Chun. Ik word met heerlijk eten in de watten gelegd en de volgende dag krijg ik, bij gebrek aan eigen kleding, een traditionele Nepalese jurk aan. Overdag neemt Shanker mij en een Japans meisje mee op sleeptouw door Kathmandu. Het gaat allemaal wat aan me voorbij; ik wil mijn rugzak terug en kan niet wachten tot m’n vader morgen aangekomen is. Van mijn backpack is nog altijd geen spoor en zelfs als Shanker naar het vliegveld belt, word ik niet veel wijzer. We besluiten die avond, bij het aankomen van de nieuwe vlucht uit Kuala Lumpur, maar gewoon naar de luchthaven te rijden. Dat blijkt een goede zet: want al na 5 minuten zie ik mijn rugzak op een grote stapel andere bagage liggen. Fijn, mijn drie maanden aan souvenirs zijn weer veilig gesteld!
De volgende morgen tikken de minuten tergend langzaam weg. Maar na ruime vertraging komt hij dan eindelijk naar buiten lopen: mijn papa! Het is heerlijk om elkaar na drie maanden weer beet te pakken en ik wens even dat ook mama hier nu kon zijn. Maar dit is ons avontuur, een reis van vader en dochter en al gauw is het alsof we elkaar gisteren nog gezien hadden. Omwille van de tijd, twee weken is vrij kort om Nepal te ontdekken, vertrekken we de volgende morgen al naar een nieuwe bestemming: Chitwan National Park. De weg naar deze jungle in het zuiden van het land is slechts 140 km, maar zoals met alles hier in Nepal, kost het onvoorstelbaar veel tijd. Ruim 8 uur later arriveren we in de zinderende hitte en proosten we met een biertje en uitzicht op de ondergaande zon.
De lange, lange rit naar Chitwan met onderweg de nodige opstoppingen.
Ons uitzicht op de rivier en de jungle.
In Chitwan beleven we twee heerlijke dagen. Ik was in de rivier voor ons hotel een olifant, we gaan op jeepsafari en zien neushoorns, verschillende hertensoorten, zwijnen en apen. We varen over de rivier en zien enorme krokodillen en wanneer het ons even te heet wordt, de temperatuur loopt overdag op tot 42 graden, koelen we in de schaduw af met een drankje.

 

 

 

Na Chitwan reizen we door naar Pokhara, gelegen aan Fewa Lake en het startpunt voor verschillende prachtige trekkings in de Annapurna regio. We hebben een afspraak met ‘Mr Happy’ van Happy Treks Nepal. Vorig jaar heb ik al veel contact met hem gehad over eventuele trekkings die we willen doen en het is leuk dat we elkaar nu eindelijk ontmoeten. Hij adviseert ons uitstekend over de mogelijkheden en we besluiten een vierdaagse trekking in de foothills van de Annapurna te doen, bekend om zijn prachtige uitzichten op de Himalaya. Of wij zo gelukkig gaan zijn, moet nog maar blijken. Het is voor deze tijd van het jaar ongewoon bewolkt en heiig en vanaf Pokhara zien we weinig meer dan wat heuvels; de witten pieken verstoppen zich vooralsnog.
Met onze permits en het team van Happy Treks Nepal.
Nayapul
De volgende dag worden we opgepikt door Tulsi, onze gids, en zijn halfbroer Besil, onze porter. De eerste dag hoeven we nog maar weinig te lopen: we rijden naar Nayapul en pakken vanaf daar een jeep die ons nog een stuk verder brengt. De laatste 6 kilometer naar Ghandruk lopen we met uitzicht op de brede vallei. Donkere wolken pakken zich samen, in de verte horen we de donder en we zijn net op tijd binnen voordat het noodweer losbarst. Na een lekkere maaltijd gaan we vroeg naar bed; de volgende morgen worden we om 05:45 gewekt met de mededeling dat de zon opkomt. Wanneer ik ons gordijn opzij trek, slaak ik een kreet. Ik zie de wazige omtrekken van bergen nog hoger dan ik me ooit kon voorstellen. Ik voel tranen opwellen en roep alleen maar, als een kind zo blij, ‘Kijk nou pa, kijk nou!’ Dat is wat bergen met me doen; ik voel me klein en nederig en vergaap me ademloos aan het uitzicht.
Het uitzicht vanuit ons raam op de tweede ochtend van de trekking.

 

Na het ontbijt en het nodige genieten van ons uitzicht, gaan we op pad. Al binnen een uur is de hemel weer betrokken en het uitzicht op de witte pieken ons ontnomen. We dalen diep af via eindeloos veel in de rotsen uitgehakte treden naar de Modi Khola rivier en moeten na een korte tea break uiteindelijk weer net zo steil omhoog. Eenmaal in Landruk branden onze kuiten en knikken onze knieën, maar hebben we het pittigste stuk gehad! Na een uitgebreide lunch met heerlijke momo’s en spring rolls, wandelen we het laatste stuk naar Tolka. Vandaag hebben we zo’n 5 uur gelopen en ‘slechts’ 10 km afgelegd. Vooral het klimmen en dalen vergt een hoop tijd én energie, want om 21.30 vallen onze ogen dicht.
Trappen, ze zijn er dol op hier. Wij iets minder.
De afdaling van Ghandruk naar de Moli Khola river.
Op dag drie van onze trekking wandelen we van Tolka naar Australian Camp. Typisch ‘Nepali flat’ zoals ze dat hier noemen: met hier en daar de nodige klimmetjes en dalingen, maar nergens extreem. Onderweg zien we weer ontzettend veel moois; het is hier werkelijk terug in de tijd. Hoewel er sinds twee jaar een weg is, zien we slechts één truck die dag. Het vervoer van goederen gaat hier nog met ezels en we stuiten regelmatig op grote groepen afgeladen muildieren. De dorpen bestaan vaak uit niet meer dan een aantal op de terrassen gebouwde simpele hutjes en huisjes en één of twee eenvoudige guesthouses voor de vele trekkers. De aardbeving heeft in deze regio geen schade aangericht en we krijgen dus het dagelijkse leven te zien dat hier zo al tientallen jaren voortkabbelt.

 

We hopen dat de lucht die nacht opentrekt wanneer we in Australian Camp aankomen, met 2165m het hoogste punt op onze tocht. Het uitzicht moet fenomenaal zijn, maar wij zien niets meer dan een grijze leegte. Helaas blijkt daar de volgende morgen geen verandering in te zijn. Hoewel we echt genoten hebben van onze trekking, die vandaag alweer ten einde loopt, is het vooral voor pa jammer dat hij de bergen nog niet echt gezien heeft. Ik krijg mijn kans hopelijk nog wel komende maanden, maar voor hem was dat toch één van de hoogtepunten van deze trip.
Na een aantal uur steil dalen naar Dhampus nuttigen we de laatste lunch met onze gids en drager. We hebben het erg leuk met hen gehad afgelopen dagen en op sommige momenten vreselijk gelachen. Na de laatste kniebrekende trappen afgedaald te hebben, staat in Phedi al een taxi op ons te wachten en rijden we terug naar Pokhara. Moe maar voldaan nemen we afscheid van het duo dat ons vergezeld heeft en genieten we van een heerlijke warme douche in ons hotel. Die avond gaan we uit eten en terwijl ik het bij een Indiase curry houd, smult pa van een steak.
Dat plezier duurt niet lang; het vlees is waarschijnlijk niet goed geweest en het gevolg is een voedselvergiftiging. Gelukkig komt pa de vlucht goed door, maar eenmaal bij onze homestay in Kathmandu slaat het flink toe en ziet hij de volgende twee dagen weinig meer dan de wc en onze slaapkamer. Het is enorm balen; je zo ziek voelen en daardoor twee dagen van de trip moeten missen. We worden echt geweldig verzorgd door de familie en het zijn inmiddels echt goede vrienden geworden. Niets is ze teveel om het papa wat gemakkelijker te maken. Ik ga de tweede dag toch maar even met Shanker mee op de motor om wat van Kathmandu te bekijken. Hoewel flink afgevallen en nog steeds zwakjes, lukt het pa gelukkig om onze laatste twee dagen mee te gaan. We bezoeken de beroemde Hindutempel Pashupatinath en de Boeddhistentempel Boddnath, we klimmen omhoog naar de Monkey Temple en krijgen telkens uitgebreid uitleg van Shanker die ontzettend veel kan vertellen over Kathmandu en de Nepalese cultuur.
De Monkey Temple
Met Shanker, Padma en Chun Chun. Wát een lieve mensen!
Uitzicht over het gebied rond de Boddnath Temple.
Uitzicht op de betonnen jungle van stoffig Kathmandu.

 

De heerlijke straatjes van Kathmandu.
Op onze laatste dag slenteren we door de nauwe straatjes van Thamel en shoppen we tot we niet meer kunnen. En dan zit het erop: een stukje avontuur delen met mijn vader. Precies twee weken verder staan we weer op de luchthaven van Kathmandu en pakken we elkaar stevig vast. ‘Tot over drie maanden’ fluisteren we elkaar toe en terwijl hij terugvliegt naar alles wat veilig en vertrouwd is, is het voor mij tijd om aan een nieuw hoofdstuk te beginnen in dit reisverhaal…

Hi you, welkom op The Untold Story Project. Ik ben Kelly: gepassioneerd reiziger, verhalenverteller, dierenknuffelaar en wereldverbeteraar. Mijn missie? Inspireren, raken en verbinden met verhalen en foto's. Omdat iedereen een verhaal heeft.

2 Comments

  • Anoniem

    Waanzinnig!! Wat een avontuur he. Ik had er al een hoop van meegekregen maar heerlijk om het dan allemaal te kunnen lezen weer. Blijft telkens weer een klein feestje. Mop ik hou van je, mis je en ben ongelooflijk trots op je!!! Xxxx lins

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *