Nepal prayer flags the Untold Story Project
Nepal,  persoonlijk,  reizen

Nepal in woord en beeld

Hoe omschrijf je in woorden wat je ogen soms nauwelijks kunnen bevatten? Wat ik zie raakt me en laat me af en toe maar moeilijk los. Ik voel me regelmatig machteloos, verbaas me over eindeloos veel dingen en ben vaak tegelijkertijd verwonderd en ontroerd. Zo’n drie weken na mijn aankomst is mijn vader inmiddels alweer thuis en ben ik al een aantal dagen op de kleine school in Nagarkot. Ik doe een eerste poging om te verwoorden wat ik zie en afgelopen weken gezien heb, wat ik denk en voel. Ik begin te typen, haal het weer weg, begin opnieuw. Het lukt me niet, ik word er verdrietig van en een gevoel van machteloosheid overheerst. Ik laat het rusten en weet dat er een moment komt waarop de juiste woorden komen…

En dat moment is nu. Ik ben inmiddels ruim twee maanden in Nepal en de dag van mijn vertrek nadert. De vele indrukken laten zich eindelijk voorzichtig in woorden vangen en wil ik met jullie delen wat Nepal met me heeft gedaan en doet. Afgelopen tien dagen verbleef ik in een klooster in de heuvels rond Kathmandu. Eindelijk trok de mist in mijn hoofd wat op, lieten de ervaringen zich voorzichtig in woorden vangen…

Eerder schreef ik vooral over de prachtige dingen die ik samen met mijn vader zag. Nepal ís prachtig. Veelzijdig, veelkleurig, soms bruisend en wervelend en dan weer ogenschijnlijk onbeweeglijk en rustiek. Het is onvoorstelbaar dat over een lengte van slechts 200 kilometer het land van zuid naar noord zo ingrijpend veranderd. Van vruchtbare vlakten via glooiende heuvels naar de hoogste bergtoppen ter wereld. En waar overal ter wereld mensen elkaar naar het leven staan omdat ze niet in dezelfde god geloven, gaan hier in Nepal het de geloven hand in hand. Jouw tempel is de mijne.
De vallei gezien vanaf de school

 

Een straatje in Bhaktapur

 

Phewa Lake

 

Sarangkot, uitzicht op de Annapurna Range
Het uitzicht vanaf de school

 

Een indrukwekkende religieuze bijeenkomst op 25 april, precies een jaar na de aardbeving.
Maar Nepal is ook intens, complex. Wat vanzelfsprekend lijkt, is dat niet en tijd…alles kost hier tijd. En tijd is zeer kostbaar als het om mensenlevens gaat. Om mensen die na de aardbeving alles verloren en een jaar naar dato nog altijd wachten op enige hulp van de regering. Om mensen die dolgraag hun huis willen herbouwen, maar moeten wachten op goedkeuring door één of andere afdeling van de overheid. Het heeft van de mensen een taai, geduldig volk gemaakt. Een veel gehoorde uitspraak over Nepal is dat men gaat voor de bergen, maar terugkomt voor de mensen. En het is waar. De behulpzaamheid en gastvrijheid van de mensen valt als een warme deken over je heen. Natuurlijk is het verschil voelbaar in druk en toeristisch Kathmandu en de kleinere dorpen waar de gemeenschappen hechter zijn. Een vriendelijk ‘namaste’, een brede glimlach of een bemoedigend knikje. Uitgenodigd worden op de thee bij een volslagen vreemde tijdens een wandelingetje door het dorp. Gesprekken in voorzichtig Engels over waar ik vandaan kom, wat ik hier kom doen. De eindeloze gastvrijheid van ‘mijn’ familie in Kathmandu. Meegenomen worden naar de dorpskleermaakster door de directrice om een authentieke Nepalese kurta, een jurk en pofbroek, aangemeten te laten krijgen als cadeautje…

 

En als één van de hoogtepunten het bijwonen van een traditionele Nepalese bruiloft. Uitgenodigd worden in het kleien huisje van de ouders van de bruid, zelfgestookte raksi (rijstwijn) drinken en allerlei hapjes toegestopt krijgen. En dan dansen onder de inktzwarte hemel  die bezaaid is met ontelbaar veel sterren. Eerst klinken de rauwe klanken van de dorpsoudsten die Nepalese liederen zingen. Dan is er stroom en schalt er Hindimuziek uit de speaker. Prachtige jonge vrouwen laten zich meevoeren op de muziek en ik voel me een houten klaas die niet weet wat ze met haar lichaam aan moet. Dan pakt er één me bij de hand en trekt me in de menigte en om me heen hoor ik mensen juichen. ´Dance didi, dance!´ roepen ze. Didi betekent zus in Nepali en dat is wat ik voel: alsof we allemaal één grote familie zijn…

Juist door de verbondenheid die ik voel me de mensen, heb ik het de eerste weken regelmatig moeilijk met de nog altijd zichtbare schade van de aardbeving. In Kathmandu en Bhaktapur, beide grote steden in de overvolle vallei, zijn veel eeuwenoude gebouwen onherstelbaar beschadigd geraakt of volledig ingestort. Wat rest is een gapend gat, een stapel stenen, scheefgezakte, vergane glorie. Veel erger vind ik het menselijk leed dat ik vooral in de gebieden buiten de steden zie. Mensen leven in tijdelijke woningen van golfplaten en plastic of bamboe en klei. De temperaturen lopen overdag op tot soms wel 38 graden en gezinnen van soms wel 8 personen wonen en slapen op een aantal vierkante meter. Het andere uiterste is de hevige regen die soms valt. Vanaf juni tot september is dit tijdens het regenseizoen alledaagse kost. En dan volgt de ijskoude winter…

 

Maar het meest van alles word ik geraakt door de kinderen. In korte tijd krijg ik een beeld van de achtergrond van veel kinderen in de school. Velen zijn hun huis kwijt door de aardbeving en leven in één van die tijdelijke woningen. Eén gezin verblijft al een jaar in de school; met z’n vijven slapen en leven ze in een van de vochtige, benauwde lokaaltjes van hooguit 10 vierkante meter. Maar er zijn ook kinderen die niet alleen hun huis kwijt zijn, maar ook een deel van hun gezin. Eén van de jongens, slechts 8 jaar oud, is zijn zusje kwijt geraakt tijdens de aardbeving. Vader is naar één van de golfstaten vertrokken in een poging daar meer geld voor het gezin te verdienen, moeder verdrinkt haar verdriet met raksi. De blik van de jongen raakt me telkens weer diep; dit is geen kind meer.
In een ander gezin is vader met zijn nieuwe, jongere vrouw vertrokken. Moeder blijft achter met vijf kinderen.  Omdat het gezin nauwelijks te eten heeft, ga ik met de directrice Kamala op bezoek met een grote tas groenten en fruit en een voorraad zeep. Wat we aantreffen is een hutje van klei tegen de heuvel. Wij zouden er onze koeien nog niet in stallen, maar hier wonen zes mensen. Er staan twee houten bedden zonder matras; hier slapen ze met zijn vieren. De zoon van 7 plast regelmatig in bed en moeder heeft daarom besloten dat hij op de grond moet slapen. Wanneer Kamala dit vertelt kan ik mijn tranen nauwelijks bedwingen. Wat kan ik doen, meer dan moeder op het hart drukken dat ze de kinderen iedere dag moet wassen met de zeep die we meegebracht hebben en haar eten voor deze week geven?
Achter veel gezichten gaat een heel verhaal schuil…

 

Pure armoede in veel gezinnen
Ik deel deze ervaringen niet met jullie om te laten zien ‘wat ik allemaal wel gezien heb’ of om jullie een rotgevoel te bezorgen. Het is echter gewoon de keiharde realiteit dat mensen in deze omstandigheden leven. Niet alleen in Nepal, maar op nog zoveel meer plekken op de wereld, waar mensen bovendien gevaar lopen door oorlog en onderdrukking. En net zoals ik met jullie de mooie plekken en belevenissen van het reizen wil delen, vind ik dat ik ook dit moet laten zien.
Maar zelfs in dit soort situaties en op dit soort plaatsen, lukt het om hoop en schoonheid te zien. Ik besluit me te richten op dat waar ik misschien wel een klein verschil kan maken. Het allermooist aan kinderen is dat ze zo verschrikkelijk flexibel zijn. Want ondanks dat wat deze kinderen meegemaakt hebben en de omstandigheden waarin ze leven, zijn ze over het algemeen opgewekt en goedlachs. De ouderen ontfermen zich zorgzaam over de kleintjes en er heerst een gemoedelijke sfeer in de school. Al binnen een paar dagen heb ik deze heerlijke kinderen in mijn hart gesloten en geniet ik van het stoeien, spelen en kroelen. Ik krijg zoveel energie van ze!
Prachtige, pure kinderen
We stellen met Kamala en de andere 2 vrijwilligers een plan op en gaan enthousiast aan de slag. We verven de grauwe grijze muren van de school in prachtig blauw en oh wat maakt dat al een verschil! Als je nu de heuvel afloopt duikt daar ineens een uitnodigend gebouw op. Onze volgende missie is het realiseren van een speellokaal voor de nursery groep. Deze kinderen van 2,5 tot 4 jaar zitten op houten bankjes en het is me meteen duidelijk dat daar enorme winst te behalen valt in ontwikkeling. Regelmatig hobbelen we in de lokale bus de berg af naar Bhaktapur, de grootste stad in de buurt, om daar inkopen te doen. Verf, vloerbedekking, twintig zitkussens, tassen vol speelgoed; alles gaat het dak van de bus op. Wij inclusief natuurlijk, want niets spannender dan op het dak van de bus de wind in je haren voelen en bij de steile afgronden je ogen toch maar even dichtknijpen.
De lokale bus
Na bijna een week ben ik zo gelukkig als we de deuren openen van een splinternieuw lokaal. De leerkrachten krijgen tranen in hun ogen, de kinderen kijken onwennig om zich heen. Ballonnen, speelgoed, het is waarschijnlijk allemaal nieuw voor ze. Het allermooiste geluid wat ik die dag hoor is het opgewonden gekwebbel en gelach van 15 peuters. In plaats van slapende, verveelde kinderen zie ik die middag gedrag wat bij kinderen van deze leeftijd hoort: bouwen, ontdekken, imiteren en jawel, zelfs ruzie maken om die mooie nieuwe pop! De leerkrachten geven aan dat ze het nog wel moeilijk vinden dat er zoveel gespeeld wordt; zo leren ze toch niks? In overleg met Kamala krijgen alle kinderen op vrijdagmiddag gedurende mijn tijd hier een vrije middag en organiseer ik workshops voor de leerkrachten over hoe kinderen zich ontwikkelen, hoe je spelenderwijs prima de stof aan kunt bieden en hoe je lessen interactiever en uitdagende maakt. Ik vind het best spannend, het is altijd maar afwachten of de leerkrachten echt wel zitten te wachten op mijn advies. Maar de leerkrachten zijn ontzettend blij met de nieuwe informatie en nemen alles betrokken in zich op. Ik ben blij en trots dat ik op deze manier een kleine bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van de school. Maar nog veel dankbaarder ben ik voor alle mensen die dit mogelijk gemaakt hebben door afgelopen jaar een donatie te geven. Met alle goede wil van de wereld had niet niet mogelijk geweest zonder de financiële middelen en ik vind het zó mooi dat mensen zo gul geschonken hebben en dit mogelijk hebben gemaakt.
Van een kaal lokaal naar een prachtige speelruimte en blije kinderen en leerkrachten.
Zo vliegen de weken in Nagarkot voorbij en breekt mijn laatste week aan. Dan loopt het ineens heel anders; ik word op een nacht ziek wakker. Dat is niks nieuws, al bijna een maand heb ik last van mijn maag en darmen en regelmatig buikloop of moet ik overgeven. Meestal is het na een dag over en ik wijt het telkens weer aan de hygiëne en matige kwaliteit van het drinkwater. Dit is echter anders en ik leg die nacht zeker 10 keer de weg af van mijn bed naar het toilet; door het donker twee trappen af. Ik glijd uit door de aanhoudende regen, val naar beneden en ben een blauwe rug en bips rijker. Tegen de ochtend voel ik me zo uitgeput dat ik besluit de reisverzekering te bellen. Die adviseert me een kliniek in Kathmandu te bezoeken voor een bloed- en stoelgangtest zodat ik goede medicijnen kan krijgen. Na een taxirit die voor mijn gevoel eindeloos duurt, krijg ik in het ziekenhuis te horen dat ze me opnemen in verband met uitdroging. Ik vind het allang best, ik wil alleen maar rust en me beter voelen. De verpleging en artsen zijn lief en de kliniek is voor Nepalese normen schoon en modern. Ik besef me maar weer hoe vanzelfsprekend het voor ons is dat je, zelfs in een land als Nepal, de best mogelijke zorg krijgt maar hoeveel mensen hier dat niet krijgen. Door het infuus met vocht en de juiste antibiotica voel ik me langzaam wat beter en mag ik gelukkig het ziekenhuis na 24 uur alweer verlaten. Ik word liefdevol opgevangen door Shanker en Padma, slaap veel en probeer weer wat te eten van de groentesoep die ze speciaal voor mij maken.
Het is een duidelijk signaal van mijn lichaam dat ik het rustig aan moet doen. Ik leg toch de weg weer af naar Nagarkot, waar de laatste dagen in een waas aan me voorbij gaan. Ik merk dat ik uit balans ben; ik heb veel energie gekregen van het werken aan de school en van de kinderen, maar voel dat ik nu langzaam leegloop en echt even aan mezelf moet denken. Ik zet nog wat laatste plannen op papier voor Kamala over het voortzetten van de ontwikkelingen en berust in de wetenschap dat we met elkaar in een maand al heel veel hebben bereikt. Ik kan het langzaam loslaten en hoewel ik hier een ontzettend bijzondere tijd heb gehad, is het goed zo. Ik word op mijn laatste avond beloond met een schitterende zonsondergang en voel me een rijk en gelukkig mens.

 

Op de laatste dag krijg ik een prachtige bloemenkrans als afscheid en zegening. Ik kroel nog één keer met de kinderen, we maken foto’s, ik beloof dat ik terug kom. En het is geen loze belofte: ik voel dat ik hier nog niet klaar ben en in de toekomst die heuvel weer af zal lopen en daar dat felblauwe gebouw zal zien liggen. Maar voor nu zeg ik vaarwel, hijs mijn rugzakken weer op mijn rug en zwaai nog één keer en roep ‘Namasté’. Tijd om de bladzijde om te slaan en verder te schrijven aan mijn reisverhaal. Want daar op één van de vele heuvels die Kathmandu omringen, wacht de stilte. Op naar het klooster.

Hi you, welkom op The Untold Story Project. Ik ben Kelly: gepassioneerd reiziger, verhalenverteller, dierenknuffelaar en wereldverbeteraar. Mijn missie? Inspireren, raken en verbinden met verhalen en foto's. Omdat iedereen een verhaal heeft.

One Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *